Veenmollenvrees

Veenmol in een boterkuipje  
Foto: Erwin Hooge 2014  
   

Veenmollen (Gryllotalpa gryllotalpa) zijn niet de meest geliefde dieren van ons tuinliefhebbers maar ze zijn wel zeer zeldzaam in Drenthe en staan dan ook op de rode lijst gekenmerkt als kwetsbaar.

 

De veenmol leeft grotendeels onder de grond en is vooral 's nachts actief. Als dit insect in Nederland voorkomt is het in veenweidegebieden en vochtige duinvalleien.

 

Het is een soort krekel en kan 3,5 tot 5 cm. groot worden. Hij is geelachtig tot roodbruin en fijn behaard en naar mijn mening niet bepaald moeders mooiste, maar dat is dan weer persoonlijk. Zijn grote voorpoten gebruikt hij als graafwerktuig en graaft vingerdikke gangen tot een kriskras patroon vlak onder het grondoppervlak. Met zijn grote graafpoten kan hij goed zwemmen dus verdrinken zou een wrede en langzame dood betekenen voor zo’n beestje. Op zijn kop zitten 2 sprieten voor reuk, tast en smaak de 2 staartsprieten dienen als tast tijdens het achteruit kruipen en zijn dus niet om te steken. Ze kunnen overigens wel bijten en een bruinachtige vloeistof afschijden.

 

In tegenstelling tot vrijwel alle andere sprinkhanen en krekels hebben de vrouwtjes geen legboor, ze zijn van de mannetjes te onderscheiden doordat ze groter worden. Omdat ze verwant zijn aan de krekel hebben ze uiteraard vleugels. Met die vleugels kunnen ze enkele meters boven de grond vliegen. Dat doen ze niet vaak, meestal alleen in mei en juni.

 

 

Voor hun maaltijd hoeven ze niet boven de grond te komen want de wortels die ze op hun graafpad tegenkomen worden verorberd. Daarom zijn onze moestuinen ook zeer gewild.

 

Veenmollen zijn echter niet uitsluitend vegetarisch, ritnaalden, engerlingen, rupsen en vlinderpoppen, oorwormen, regenwormen, kevers e.d. staan op het menu. Dat is nuttig in de tuin, maar de veenmol gaat daarbij niet omzichtig te werk. Met zijn gegraaf woelt hij jonge plantjes om en knaagt ook aan het wortelgestel van de planten. Daarmee kan hij plaatselijk nogal wat schade bij tuinders opleveren. Een echte plaag wordt het echter nooit. Natuurlijke vijanden zijn de kat, uil, kraai, reiger, vos, egel, merel, mol, spitsmuis en spreeuw en loopkevers. Ook is deze soort erg kannibalistisch.

 

Hun sterke voorpoten en klauwen hebben wel iets weg van de graafpoten van een mol. Hun achterlijf doet weer veel meer denken aan een krekel. Daarom worden ze ook aardkrekel of molkrekel genoemd. In april komen de veenmollen weer te voorschijn uit hun winterslaap. Van mei tot en met juni houden de mannetjes in de schemering een zogenaamde baltszang. Het geluid wordt versterkt doordat het mannetje vanuit een holletje zijn baltszang ten gehore brengt. Het is een aanhoudend gesnor dat wel lijkt op het geluid van de rugstreeppad of nachtzwaluw.

 

 

In het holletje vindt ook de paring plaats. Het vrouwtje bouwt 8 cm tot wel 30 cm diep (afhankelijk van grondsoort en mate van uitdroging) onder de grond een apart nesthol. Ze legt tot 300 eitjes in deze speciale kraamkamer. De moeder verzorgt zowel de eitjes door ze schoon te houden als de jongen door ze te beschermen. Ook wordt het nest voorzien van zijgangen die het water afvoeren, en op de plek direct boven het nest worden alle planten weg geknaagd zodat het zonlicht niet wordt weggevangen. Afhankelijk van het weer komen na 10 - 45 dagen de jongen uit het ei en na enkele weken verlaten de nimfen het nest. Het duurt echter nog minstens anderhalf jaar voor ze volwassen zijn. Ze overwinteren in die tijd meestal twee keer.

 

Eind juli tot in augustus zoeken de veenmollen hun overwinteringsplaats op. Daar zitten ze in een vaste houding in een verticale gang wat dieper onder de grond. Vroeger hielden veenmollen hun winterslaap vaak in de aardappelkuil.

 

 

Red de veenmol

 

De veenmol is met een lengte tot 5 centimeter één van de grootste insecten die in West-Europa voorkomt. Ze zijn de laatste tientallen jaren in aantal achteruitgegaan en staan nu op de Rode lijst als kwetsbare diersoort. Nogmaals ze zijn dan niet wettelijk beschermd maar bestrijden is doodzonde aangezien er in Drenthe geen populaties meer bekend zijn. We mogen ze verplaatsen maar het uitzetten op bijvoorbeeld de dijk is zinloos, hoe mooi zou het zijn om de populatie op ons complex te bewaren...

 

Om een goed beeld te krijgen van de Veenmol op ons mooie complex willen we graag de waarnemingen, bij voorkeur voorzien van foto, verzamelen. Provincie Drenthe en Landschapsbeheer Drenthe hebben aangegeven zeer benieuwd te zijn naar het voorkomen van de Veenmol. Misschien is het zelfs mogelijk om per perceel het voorkomen aan te geven.

 

Op de website onder het menu Extra's is nu een apart kopje gereserveerd voor de veenmol. Hier vind u informatie en een lijst met waarnemingen op ons complex.

 

Mocht u er op de moestuin één aantreffen, wilt u dan een foto maken en mailen naar veenmol@vtvonsdomein.nl of geef het even mondeling door aan Rainier Kolkman of Erwin Hooge, het liefst met perceelnummer.

 

 

Wanneer u de veenmol een plekje in uw moestuin gunt of probeert om op diervriendelijke wijze de veenmol op afstand te houden zijn hieronder een paar tips:

 

  • Gebruik nooit verlopen olie, slakkenkorrels of insecticiden tegen de veenmol, bedenk dat de veenmol ook schadelijke insecten opruimt. Bovendien doodt het gif ook nuttige insecten en dieren.
  •  

  • Planten van peen (wortels) lokt veenmollen, omdat zij hieronder graag een nest bouwen. Daar waar de nesten zich bevinden kleurt het loof geel. De veenmol houdt net als de meeste tuinders van 'zwarte grond'. De plek wordt door de veenmol kaal gewied doordat het de stengel of wortels doorknaagt. Een overhoekje inzaaien met (wilde) peen zou een mogelijkheid zijn.
  •  

  • Breng tegen de winter hoopjes broeimest of compost aan, hieronder overwinteren de veenmollen in de grond. Volgens oude berichten lokt paardenmest veenmollen aan. Bij guur weer verbergen ze zich in deze mest, zodat ze dan gemakkelijk gevangen kunnen worden. Terwijl paardenmest dus veenmollen aantrekt, worden ze door varkensmest juist verdreven.
  •  

  • Breng bij kwetsbare gewassen een tijdelijke beschoeiing van planken aan rond plantbedden, minimaal 20 cm diep. Of plant het plantgoed in afzonderlijke plastic potjes zonder bodem.
  •  

  • Veenmollen houden niet van veel water en niet van droogte. Uit een stuk tuin dat kaal wordt gehouden verdwijnen ze door gebrek aan voedsel.
  •  

  • Als er in een bepaald deel van de tuin veel overlast is kunnen de veenmollen gevangen worden om te verplaatsen. Plaats valpotjes in de loop van de veenmolgangen met de rand 5 cm onder het bodemoppervlak ingegraven. Regelmatig checken en bij voorkeur een beetje grond op de bodem van het potje. Plaats ook iets bovenop het gat om inregenen te voorkomen.

 

 

 

Bronnen: landschapsbeheerzeeland.nl
  nl.wikipedia.org
  vroegevogels.vara.nl
  waarneming.nl
  youtube.com

 

 

 

 

 

 

 

 

Volkstuinvereniging Ons domein Hoogeveen, Volkstuin Hoogeveen, Volkstuinvereniging Hoogeveen, moestuin Hoogeveen, tuinieren Hoogeveen, tuintje huren Hoogeveen, tuin huren Hoogeveen, groenten vebouwen, fruit telen, Volkstuinencomplex Hoogeveen, locatie de weide, locatie krakeel, complex de weide, complex krakeel, veenmol